Alweer een jaar en twee weken geleden vertrok ik vol goede moed (en zonder enig idee wat er mij te wachten zou staan) naar het buitenland en kon ik mezelf voor de komende zes maanden officieel uitwisselingsstudente noemen. Een half jaar waarin ik niet alleen een aantal veelvoorkomende, herkenbare situaties tegen het lijf liep, ook een periode waarin ik veel mede- uitwisselingsstudenten leerde kennen die met dezelfde partnerorganisatie- en zo ook dezelfde coördinator – in contact stonden tijdens hun verblijf in hun eigen gastgezin. Hierin kwamen wel een paar gespreksonderwerpen terug die we allemaal in overvloed ervaren hebben als ‘uitwisselingsstudent’. Dingen die iedereen van ons herkende. Vandaag deel ik dan ook tien dingen/situaties die je herkent als je een uitwisselingsproject achter de rug hebt! Komen ze…

  1. Toeristische attractie. Iedereen is geïnteresseerd in wie, wat, hoe je bent en waarom je naar hun land gekomen bent. ‘Vanwaar kom je ook alweer? Ooooooh, van België!’, zal de meest gestelde vraag zijn de komende maanden in je leven. Gewoon ter informatie, moest je plannen hebben om te vertrekken. (Zeg er vooral ook even bij WAAR in Europa ons land dan precies ligt, om een tweede logische vraag te voorkomen, want nee, dat weten ze niet liggen.)
  2. Alles is één rollercoaster en je impulsieve kantje komt bovendrijven. Je doet dingen die je in België niet zou geprobeerd hebben. Van 4x per week gaan basketballen om 6u ’s ochtends, tot astronomie volgen op school en elke zaterdag naar een voetbalmatch gaan kijken. I did it all.
  3. Eender waar je komt, je bent ‘Stien from Belgium’. Het lijkt wel een tweede achternaam te zijn…
  4. De leerkrachten zijn milder. Véél milder. Als uitwisselingsstudent krijg je veel extra krediet, voornamelijk als het gaat om school. Meer tijd om een toets in te vullen, een taak te laat mogen afgeven terwijl je klasgenoot eerder klaar was en hem niet meer mocht afgeven. Best wel sneu.
  5. Geen behoefte aan contact met thuis. En ook gewoon geen tijd. Of zin om er tijd voor uit te rekken. Ik weet niet hoe het komt, maar na een aantal weken voelde België verleden tijd. En het kwam Ook gewoon nooit uit met dat tijdsverschil. De eerste keer dat ik met mijn ouders heb gebeld, was dan ook pas na twee maanden. En vanaf daarna om de twee weken. Of drie. En skype, dat kwam al helemaal niet aan te pas.
  6. Brieven schrijven. Dat deed ik dan weer wel. Ook voor mezelf. Ik heb ze allemaal bijgehouden en mijn ouders ook. Hier komt trouwens nog aan apart artikel op mijn blog van online.
  7. Contact wordt veel waardevoller. Zowel toen, als nu met mijn gastfamilie. Het wordt minder en minder, maar wel steeds belangrijker. Ik belde dan wel maar twee keer per maand voor 30 minuten, je praat alleen maar over wat echt belangrijk is om te vertellen.
  8. De eerste weken leerde ik voornamelijk uitwisselingsstudenten kennen en dat is ook de helft van mijn vriendengroep gebleven.
  9. Er komt een periode dat het moeilijker wordt om Nederlands te verstaan, dan Engels, in mijn geval. Ik kwam erachter hoe ingewikkeld en omslachtig onze taal is.
  10. And last but not least, het is geweldig om dit te mogen doen en daar sta je veel te weinig bij stil. Opeens zijn we een maand verder en opeens sta je terug op de luchthaven in België…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s