‘Because going to bed each night knowing that I did not contribute to any beings suffering makes my soul shine’

Be prepared, het wordt een lang verhaal…

Ik denk dat ik ongeveer een jaar of 13 geweest moet zijn toen ik voor het eerst in aanraking kwam met het vegetarische leven. Ik kan je jammer genoeg niet navertellen vanwaar het kwam, of dat die keuze van de ene op de andere dag plaatsvond, maar op die leeftijd ontdekte ik dat ik hier heel erg geïnteresseerd in was. Dat maakt dat ik, op een ‘pauze’ van bijna één jaar na, die trek ik er weer vanaf, al meer dan vier jaar vegetarisch eet. Op dat moment deed ik dit enkel en alleen omdat ik van dieren hield en geen dode dieren wilde eten. Simple as that. Ik was, als ik me goed herinner, nog niet zo goed als nu op de hoogte van de gruwel van slachthuizen, laat staan dat ik nadacht over ecologische redenen. Al die jaren gingen mij al bij al heel gemakkelijk af. Het aanbod aan alternatieven groeide de afgelopen jaren ook enorm dus vegetarisch eten koste mij totaal geen ‘moeite’. Op een paar uitzonderingen na, wanneer ik bij mensen thuis ging eten en op voorhand vergat te vertellen geen vlees te eten. Maar ook daar zijn altijd oplossingen voor te bedenken. Op dat moment totaal niet bezig met wat ik voor de rest binnenkreeg of überhaupt geïnteresseerd in voeding.

Over het veganisme dacht ik in die periode nog niet na, dat was een ver van mijn bed show. Ik zag de redenen ervan ook niet goed in, ik vond dat ik al ‘goed bezig’ was door gewoon vegetarisch te leven en kon me weinig voorstelling maken bij zo’n manier van leven. Nu achteraf merk ik dat veel mensen denken dat dit de ‘extreme’ versie van vegetarisch eten inhoud, hoewel ik het echt totaal iets anders vind, op het feit na dat de gedachte erachter vaak vanuit hetzelfde standpunt vertrekt.

En toen kwam ik voor een half jaar in Amerika terecht. Nog niet eens veganistisch, ‘gewoon’ vegetarisch. De hoeveelheid aan bezorgde blikken ik daar over mij heen heb gekregen omdat ik vertelde liever geen vlees te eten, ‘wat eet je dan nog wel?’, wil je liever niet weten. Ik probeerde hen ervan te overtuigen dat ik in België écht niet de enige vegetariër was en dat er zoiets als vleesvervangers bestond, maar daar konden ze zich weinig tot niets bij voorstellen. Het was oké voor hen als ik geen vlees at, maar het was vreemd. Even ter informatie; ik leefde in Montana, met een heel sterk winterseizoen, waar de ongeschreven regel bestaat dat de vader van het gezin, met kinderen vanaf tien jaar, zelf gaat vissen en jagen om een voorraad voedsel aan te leggen voor de winter. Dat werd vervolgens opgehangen in de kelder om te drogen en ingevroren. Het was gewoon deel van het gezin, deel van de cultuur. Tel daarbij op dat ik nog steeds een uitwisselingsstudent was die verondersteld wordt zich aan te passen aan alles en iedereen binnen de nieuwe cultuur, en ik kon er op dat moment weinig anders aan doen dan begrip opbrengen voor de situatie en mijn eigen ‘normen’ even aan de kant de schuiven.

Nu één jaar en een maand geleden, helemaal terug in België, vond ik het moeilijk om terug volledig vegetarisch te gaan leven. Het is gek hoe snel men zich aan dingen aanpast, in alle twee de richtingen, en gelukkig maar. Ik weet niet hoe het komt, maar ik bleef het gewoon doen. Ik begon vaker weer voor vlees te kiezen. Aan het begin van de zomer had ik mijn hoogtepunt en at ik bijna dagelijks weer vlees. Weliswaar als het voor mij klaargemaakt werd, zelf iets van vlees kopen heb ik nooit gedaan. Ik wist van veel dingen niet meer hoe het smaakte en vond het gewoon te leuk om alles opnieuw uit te proberen en weer te kunnen eten. Om eindelijk niet meer in het rijtje van de ‘vegetariërs’ te moeten staan. Om eindelijk weer eens te kunnen zeggen dat ik ‘gewoon’ at. Het knaagde wel aan mij, maar ik genoot er ook van. En ik at verre van iedere maaltijd vlees, maar was er veel te ‘gemakkelijk’ in geworden. Ik was er alles behalve trots op. Een paar weken later besefte ik hoe ik bezig was en ging de knop ook weer om. Dat vegetarische leven past veel beter bij mij.

Vanaf het midden van de zomer van vorig jaar begon ik steeds meer te lezen en te horen om mij heen over veganisme. Hoe meer ik erover opzocht en er interesse in toonde hoe meer andere mensen ik tegenkwam. Die ‘groep’ waarin ik mij 5 jaar geleden de grootste uitzondering voelde die er rondliep, bleek toch ineens groter te zijn dan ik dacht. Of dat nu om gezondheidsredenen gaat of diervriendelijke redenen, er zijn echt talloze mensen die deze levensstijl de dag van vandaag hanteren en dat voelt voor mij als een opluchting. Dan bots je natuurlijk automatisch ook op alle negativiteit die wij mensen veroorzaken door onze manier van eten de dag van vandaag, dat dat zich niet beperkt tot slachthuizen en dus vlees eten.

Wanneer kan ik je niet precies vertellen, maar er kwam een moment dat ik heel graag plantaardig wilde eten. ‘Vegan’, vind ik een negatieve stempel hebben, alsof ik mezelf dingen ‘ontzeg’. Is ook wel zo, in een bepaald opzicht. Laat ik daar wel even een kanttekening bij maken; ik ontdekt tegenwoordig zo ongeveer wekelijks een nieuw product waarvan ik het bestaan niet afwist. Vleeseters denken namelijk vaak dat veganisten eenzijdig eten. Als er één periode is waarin ik eenzijdig at, dan was het op het moment dat ik in mijn ogen nog ‘alles’ at. Ik heb nog nooit zo gevarieerd gegeten als nu, nu ik voor 95% van de tijd veganistisch eet. Er ging een wereld voor mij open, op heel veel vlakken. De onwetendheid van mensen is op dit gebied groot.

De maanden erna ben ik op en af telkens voor een paar dagen ‘vegan’ geweest. Met vlees en vis was ik sowieso al volledig gestopt, zuivelproducten ook, en eigenlijk met alle producten waarbij de alternatieven voor de hand liggen. Toch lukte het mij op een of andere manier niet om het langer dan 3 dagen vol te houden. Niet omdat ik zin had in iets waar dierlijke voeding in zat, meestal omdat ik in een sociale situatie terecht kwam waarin ik niet durfde te zeggen dat ik dat niet at, zonder er een hele uitleg bij te geven. Of omdat ik simpelweg niet wíst wat er precies in zat. Als ik voor mijzelf kook of thuis eet, bij mijn ouders die vanaf dag één gelukkig positief reageerden, dan heb ik er echt nul probleem mee om veganistisch te eten. Vanaf dat je zo’n 3-4 recepten vanbuiten kent, is koken veel gemakkelijker. Het zijn vooral de sociale gelegenheden die mij deden twijfelen.

Waar ik lange tijd bang voor was, was om het naar buiten te brengen, zolang ik het niet perfect deed. Het voelde bijna als een secte waar ik me bij moest aansluiten, of 100% wegen of helemaal niet. Doordat we die namen er hebben opgeplakt, lijkt het soms wel alsof er geen tussenweg meer bestaat. Terwijl ik al maanden, jaren, ergens tussen de twee zit. Mag ik mijzelf veganistisch noemen als ik elke week nog wel eens iets dierlijks eet?

Langs de andere kant, wílde wilde mijzelf ook niet ‘vegan’ noemen, terwijl er vegans rondlopen die het wel altijd, elke dag ‘goed’ doen en nooit lijken te falen. Zij hebben het recht om zichzelf vegan te noemen, ik niet. Hebben zij meer dicipline? Geven zij nog nét iets meer om dierenwelzijn dat ik?

Voor 80%, of zelfs 90% veganistisch leven vond ik goed te doen, maar ik vond het moeilijk om die stap naar 100% vegan te zetten. Om mij volledig bij die ‘categorie’ te plaatsen. Om die stempel te dragen en bijgevolg nooit meer iets ‘fout’ te mogen eten of doen, al dan niet per ongeluk. Het gaat het grootste deel van de tijd goed, tot ik op een feestje terecht kom. Of tot er met de hele groep pizza besteld wordt. Ik heb echt zin om mij op zo’n moment te moeten verantwoorden stel dat ik toch gewoon kies om die pizza te eten. Terwijl ik mezelf op zo’n moment ook meteen voorneem om vanaf dat punt weer minstens een maand wel volledig plantaardig te eten, als compensatie.

Het is gek hoe druk ik mij er in mijn hoofd om maak, hoe ik constant het gevoel heb verantwoording te moeten afleggen, terwijl dit alles puur gebaseerd is op een eigen keuze. Geen keuze tegen iets, maar een keuze voor iets. Een stem die opkomt voor dierenrechten. Rechten die voor de mens gelukkig al (in een verder stadium) bestaan, maar voor dieren nog niet vanzelfsprekend zijn.

Positieve reacties, geschokte reacties, tot rechtuit vragen ‘waar te fuck ik mee bezig ben’ en ‘Dat dat echt wel niet zo gezond is’, zijn de revue gepasseerd. Of mensen die begonnen te zuchten, als antwoord. Heb je haar weer, met haar ‘vegan’. Nog zo één. Alsof ik mijn keuze niet vanuit een individueel perspectief heb genomen maar gewoon bij die groep wil horen. Want geloof me, ik ben niet van mening dat iedereen nu opeens volledig veganistisch moet worden, dat anderen ‘slechter’ bezig zijn of dat dit de enige goede manier is van leven. Allemaal niet. Wél voelt dit voor mij nu als de eerste beste stap die ik zélf kan zetten om mijn impact op het milieu te beperken en niet meer bij te dragen aan dierenleed.

Als ik het 95% van de tijd goed doe, is het echt goed genoeg voor mij. Voor nu. Ik vind het geen ramp om 1 dag op zeven ‘gewoon’ vegetarisch te zijn. Sinds ik plantaardig eet, valt het mij pas op hoe belachelijk veel er aan dierlijke producten geconsumeerd wordt. Te beginnen bij het ontbijt en te eindigen om 23 ’s avonds. In dat opzicht, heb ik al stappen in de goede richting gezet.

Ik vind het niet erg om 5x per jaar slagroomtaart te eten omdat één van mijn beste vrienden of ikzelf jarig ben. Dan kan ik nog altijd de keuze maken of deze levensstijl mij op dat moment beperkt om te genieten van het moment. Op dit moment weet ik hoe ik voor mijzelf de juiste keuzes moet maken. En je hebt altíjd zelf de keuze. Ik weet ondertussen meer dan ooit waarom ik doe wat ik doe.

Gerelateerde afbeelding

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s