(credits voor de titel: Thomas Billiouw 🙂 )

7 oktober, 2u32 ’s nachts. Je zou denken dat een mens vanzelf in slaap valt na het lopen van een marathon, mijn lichaam denkt daar duidelijk anders over. Nog een beetje perplex van de hele ervaring van gisteren-/deze voormiddag, probeer ik voor jullie mijn ervaringen neer te schrijven. En dat waren er nogal wat, in die 4 uur en 39 minuten dat ik erover deed. Want what the fucking Hell, dit is het meest bizarre en zwaarste dat ik ooit heb meegemaakt. Laat ons hopen dat ik morgen om 8u30 in de les geraak…

Ik heb altijd al respect gehad voor marathonlopers, maar vanaf nu krijgt elk één een persoonlijke oorkonde van me.

Ik heb spierpijn zoals ik niet wist dat er spierpijn bestond, kan niet meer normaal wandelen, doe er een volle minuut over om een trap op of af te ‘kruipen’ en kan alleen op een stoel of in de zetel gaan zitten door mezelf te laten vallen. Maar voor rest ben ik de gelukkigste mens op aarde op dit moment! 🙂

Even terug in de tijd…

6 oktober, 5u45 ’s ochtends.

Wekker gaat. Mijn Fitbit geeft aan dat ik zo’n vijf uur heb geslapen. Best oké, ik had minder verwacht, ik was mij dan ook al heel de week druk aan het maken. Het besef dat vandáág de dag is dat ik die enorme afstand zou gaan lopen, werd met de minuut groter. Ik at braaf mijn op voorhand klaargezette vijf pannenkoeken met confituur en een liter sportdrank op, nog misselijk van de hoeveelheid aan voedsel dat ik gisteren naar binnen heb gewerkt, om een overschot aan koolhydraten in mijn lichaam op te bouwen.

Mijn spullen lagen klaar, veel meer dan eten en omkleden had ik niet te doen. Een half uur later zat ik in de auto en nog eens een half uur later kwam ik aan om mijn startnummer op te halen. De sfeer zat alvast goed.

Vijf minuten voor de start, in de gietende regen, trok ik mijn regenjas en trui uit en ging ik op zoek naar het juiste startvak. Op voorhand niet over nagedacht, natuurlijk. Ik stond opeens in 3:15, en deinsde snel genoeg achteruit toen ik doorhad dat ik over de ingeschatte eindtijd ging. Van die regen heb ik de rest van de wedstrijd niks gemerkt, overigens. Ik was na vijf minuten redelijk doorweekt maar wél opgewarmd, en heb het echt geen minuut te warm of te koud gehad. Note to myself voor komende trainingen; lopen in de regen is geen drama.

Ik zette me naast de vlag van de 4u30 als eindtijd, en zo’n vijf minuten na het startschot, om 9u om precies te zijn, dat ook nog eens in alle talen werd afgeroepen, begon ons startvak te lopen. Over de eerste vijf kilometer kan ik kort zijn; ik heb doodsangsten uitgestraald. Mijn benen voelden toen al zwaar, ik had nog spierpijn van de dag ervoor te hebben gelopen (slechtste idee ooit, maar ’t was voor een goed doel..) en ik had even geen idee waar ik mee bezig was. Ik sprak met mezelf af dat ik op z’n minst de afstand van een halve marathon ging lopen, en daarna mocht ik doen wat ik wilde. Gelukkig ben ik, zoals ik eigenlijk wel wist, een Diesel als het op hardlopen aankomt en was het een kwestie van loslopen. Na die vijf ging het elke kilometer beter.

Veel te veel hellingen…

Tot km 22, 11u35. Ik werd nogal gedemotiveerd door het feit dat ik eraf aan het lopen was en naast mij mensen zag terugkeren, bergop. Ik wist dat dat me nog te wachten stond en dat ik daarvoor eerste heel de Tervuurste steenweg moest afleggen, want heen ruim een uur lopen is. Ik besloot om tot km25 bij de vlag te blijven, maar dat is niet gelukt. Logisch ook, verder dan dit punt ben ik tijdens een training nooit gekomen. Ik geraakte ze kwijt en werd voor mijn gevoel vanaf dat moment alleen nog maar ingehaald. Ik had al het scenario voor ogen dat ik als laatste zou eindigen. Alles tussen kilometer 25 en 35 was belachelijk zwaar. Of in ieder geval toch met ups en downs. Soms kreeg ik een energieboost door een groepje supporters of een gesprek van een paar zinnen met een medeloopster, op andere momenten wilde ik stoppen. Ik wist dat er in deze marathon veel hellingen zaten, maar ik had op een gegeven moment het gevoel dat ik een half uur lang alleen maar bergop aan het lopen was. Vooral mijn benen en schouders deden pijn op dat moment, qua uithouding ging het nog wel. Ik was dan ook al drie uur lang om de 2,5km twee bekertjes suiker naar binnen aan het kappen. Zolang de laatste vlag, die van de 4:45 mij niet zou inhalen, was het allemaal oké. Als ik zo rond me keek, leek ‘man met de hamer -fenomeen’, die ik precies al eerder gepasseerd was, wel degelijk een ding te zijn; ik ben één van de weinige lopers die nog aan het ‘lopen’ is. Mensen stappen. Staan stil. Spugen. Huilen. Zoveel drama heb ik nog nooit bij elkaar gezien op een zondagochtend.

Weer in de flow…

Ik weet niet aan wat het lag, waarschijnlijk doordat het opeens terug een vlak stuk was, maar vanaf kilometer 35 ging het ineens weer veel gemakkelijker. Relatief gemakkelijk, wel te verstaan. Ik  probeerde er echt oprecht van te genieten, van het lopen. Ik was immers al tot dat punt gekomen en wilde nu echt niet meer stoppen. Zo dankbaar dat ik al die tijd zonder blessurepijn heb kunnen lopen. Mijn hartslag werd ietsje lager, ik kreeg schouderklopjes en aanmoedigingen langs alle kanten, en toen ik op km 37,5 even stilviel bij een drankpostje, werd ik aan mijn arm meegesleurd door één van de vrijwilligers. ‘Ik loop wel even met je mee, nu niet opgeven!!’ Ik moet er wel heel slecht uit hebben gezien op dat moment.. En zo gingen we weer een peer kilometer verder. Joggen, lopen, drinken, joggen lopen, drinken. Ik probeerde mijn tempo om de honderd meter af te wisselen, om mijn gedachten te verzetten.

De ergste drie kilometer…

Toen ik op km 39,2 mijn mama aan de overkant van de weg zag staan, ben ik lichtjes beginnen sprinten. Vraag me niet waarom, want ik wist dat ik dat op dat moment niet meer aankon. Dat hield ik natuurlijk geen paar honderd meter vol. De laatste drie kilometer waren dan ook de hel op aarde. Vooral mentaal. Ik vervloekte mezelf dat ik om de tweehonderd meter stilviel omdat ik dacht dat ik moest overgeven en álles in mijn lichaam deed pijn. Na tien seconden stilstaan struggelde ik weer verder om direct daarna weer stil te vallen. Die marathon had geen halve kilometer langer moeten duren of ik lag tegen de grond. Ik probeerde terug een iet of wat normaal tempo te vinden, en geraakte zo bij km 41, waar supporter nummer twee langs de kant van de weg stond, die de laatste kilometer volledig met me heeft meegelopen. Hoe ik die laatste kilometers heb gelopen, is nogal vaag. De laatste 100 meter ben ik beginnen sprinten. Ik was doodongelukkig over het feit dat ik binnen enkele seconden mijzelf op de grond kon leggen. Dat deed ik dan ook, twee meter achter de finishlijn. Er werd me toch vriendelijk verzocht of ik niet een beetje verder kon gaan, want er kwamen nieuwe lopers aan. ;)`

Het moment dat ik die medaille in mijn handen kreeg was het zoveelste hoogtepunt van vandaag.

Vanaf nú kan ik zeggen; ik heb een marathon gelopen. De eerste van zovelen. Want één ding is zeker: dit wil ik ooit opnieuw doen. 

60024145_2142381152496726_6883550248577269760_n

Liefs,

Stravelien

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s